Architectuur

Waarom je kluswoning straks zomaar in twee huizen mag

· 4 min leestijd

Je koopt een groot, verwaarloosd pand met het idee om het in twee zelfstandige woningen te splitsen. Eén voor jezelf, één om te verhuren of te verkopen. Op papier een slimme zet, want een gesplitst pand is vaak meer waard dan de som van de delen. Maar steeds meer klussers lopen tegen hetzelfde probleem aan: de gemeente waar hun kluswoning staat, denkt daar heel anders over dan de gemeente net over de grens.

En dat is niet gek. Nederland heeft namelijk nog geen landelijke regel voor woningsplitsing. Elke gemeente maakt haar eigen beleid, met eigen eisen voor oppervlakte, afstand tussen de woningen en parkeerplekken. Wie dat niet van tevoren uitzoekt, komt achter de voordeur van zijn droomklus voor een dure verrassing te staan.

Wat woningsplitsen precies betekent

Splitsen is niet simpelweg een extra deur plaatsen. Juridisch gaat het om het bouwkundig en functioneel opdelen van één hoofdgebouw met een woonfunctie in twee of meer zelfstandige woningen, elk met eigen voordeur, eigen keuken en eigen sanitair. Zodra dat zo is, moet elke woning afzonderlijk aan het Bouwbesluit voldoen, inclusief brandscheiding tussen de twee delen.

Daarmee verschilt splitsen van woningdelen of hospiteren, waarbij je kamers verhuurt binnen één huishouden. Voor splitsen heb je bijna altijd een omgevingsvergunning nodig, en in veel gevallen moet het bestemmingsplan of omgevingsplan de tweede woning ook toestaan. Past je plan niet binnen de regels, dan kan de gemeente alleen afwijken als het project aan een goede ruimtelijke ordening voldoet, zoals ook duidelijk wordt uit de regels op de uitleg over de omgevingsvergunning.

Waarom de ene gemeente wel en de andere niet

De verschillen tussen gemeenten zijn best groot. Zaanstad eist honderd meter afstand tussen twee gesplitste woningen, Groningen wil dat de woning minimaal 140 vierkante meter is voordat je mag splitsen, en in Wijk werken ze met een minimum van 150 vierkante meter gebruiksoppervlakte en een leeftijd van minstens vijftien jaar voor het pand. Almelo en Raalte staan splitsen op dit moment helemaal niet toe.

Veel gemeenten kijken ook naar parkeerdruk. Een pand dat ooit als eengezinswoning werd opgeleverd met één parkeerplek, levert na splitsing twee huishoudens op die allebei een auto willen stallen. Zonder eigen oprit of extra plek op het terrein wordt een aanvraag om die reden regelmatig afgewezen, zoals ook uit afwijzingen in gemeenten als Den Haag blijkt. Wil je weten wat sowieso vergunningvrij mag op je kavel voordat je aan splitsen begint, dan is het slim om eerst te checken wat je zonder vergunning mag bouwen.

Er komt landelijk beleid aan

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening werkt sinds eind 2025 aan een uniform landelijk beleidskader voor woningsplitsen, met een eigen Splitsgids als onderdeel van het programma Beter Benutten van de Bestaande Voorraad. Het doel is dat gemeenten splitsen, optoppen en woningdelen makkelijker faciliteren in plaats van per geval weer opnieuw het wiel uitvinden.

Begin juli 2026 liet de minister weten dat gemeenten niet moeten wachten tot het landelijke kader klaar is. Ondertussen blijft een belofte om splitsen helemaal vergunningvrij te maken nog in de lucht hangen. Diezelfde beweging zie je terug bij andere versoepelingen in de bouwregels, zoals bij de plannen om familiewoningen vergunningvrij te maken vanaf 2027. De richting is duidelijk: de overheid wil van bestaande gebouwen meer woonruimte persen zonder dat er een schop de grond in moet, maar de uitvoering verschilt nog sterk per gemeente.

Wat dit betekent voor jouw kluswoning

Voor klussers die op zoek zijn naar een pand met verdienpotentieel, is dit eigenlijk goed nieuws, al vraagt het om geduld. Een kluswoning die je kunt splitsen, is op de lange termijn vaak fors interessanter dan een vergelijkbaar pand dat je alleen als eengezinswoning kunt gebruiken. Dat sluit aan bij wat we al zagen over de waardestijging na een verbouwing: splitsen is in feite de meest radicale vorm van waarde toevoegen, omdat je van één woonlaag letterlijk twee zelfstandige woningen maakt.

Maar reken je niet rijk voordat je de regels hebt gecheckt. Vraag bij de gemeente waar je pand staat naar het actuele beleid voor woningsplitsing, de minimale oppervlakte per woning en de eisen aan parkeren. Vraag ook of het bestemmingsplan of omgevingsplan een tweede woonfunctie op het adres toestaat, en zo niet, of een afwijking mogelijk is. Een vooroverleg met de gemeente kost je een paar weken, maar bespaart je een afgewezen aanvraag nadat je het pand al hebt gekocht.

Zo pak je het praktisch aan

  • Vraag vóór de koop bij de gemeente naar de beleidsregels voor woningsplitsing op dat specifieke adres
  • Check de minimale oppervlakte per woning, die loopt per gemeente uiteen van zo'n 50 tot 150 vierkante meter
  • Reken parkeerplekken op eigen terrein mee in je bod, want zonder die ruimte wijzen veel gemeenten de aanvraag af
  • Laat een aannemer vooraf de brandscheiding tussen de twee toekomstige woningen beoordelen, dat bepaalt mede de verbouwingskosten
  • Vraag een vooroverleg aan bij de gemeente voordat je de knoop definitief doorhakt

Splitsen is geen trucje om snel winst te maken, het is een bouwkundig en juridisch traject dat per gemeente anders verloopt. Wie dat vooraf uitzoekt, koopt een kluswoning met een helder plan in plaats van een gok.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur & renovatie schrijver

Ilias is architect met een specialisatie in woningrenovatie en een obsessie voor het maximale uit elke vierkante meter halen. Hij denkt in ruimtes, niet in muren, een perspectief dat hij ontwikkelde tijdens zijn studie in Delft waar hij leerde dat de beste architectuur onzichtbaar is — je voelt het, maar je ziet het niet. In zijn artikelen laat hij zien hoe je met slimme ingrepen meer uit je woning haalt, van het verplaatsen van een deuropening tot het strategisch plaatsen van een spiegel. Ilias heeft inmiddels meer dan tweehonderd woningen getransformeerd en leert nog steeds bij elk project iets nieuws, wat hem ervan overtuigt dat architectuur een ambacht is dat je nooit helemaal beheerst. Hij schrijft met schetsen in zijn hoofd en de overtuiging dat elk huis, hoe klein ook, het potentieel heeft om bijzonder te zijn.