Architectuur

Deze biobased materialen vervangen straks beton en staal

· 5 min leestijd

Een betonmolen die je nooit meer op je oprit ziet staan: dat is het toekomstbeeld waar steeds meer Nederlandse aannemers naar wijzen. Beton en staal zijn decennialang de standaard geweest voor nieuwbouw en verbouwingen, maar de cementindustrie is wereldwijd goed voor zo'n acht procent van de CO2-uitstoot. Terwijl Nederland worstelt met de stikstofcrisis en de bouwsector onder druk staat om schoner te werken, groeit het aanbod van bouwmaterialen die letterlijk van het land komen: hout, hennep en vlas. Wat begon als een niche voor idealistische zelfbouwers, ligt inmiddels bij grote bouwbedrijven op de tekentafel.

Waarom beton en staal onder druk staan

De bouwsector zoekt naar alternatieven omdat de rek uit de oude aanpak is. Cementproductie stoot veel CO2 uit bij het bakken van kalksteen, en staalproductie vraagt enorme hoeveelheden energie. Daarnaast hikt Nederland aan tegen de stikstofuitstoot van bouwprojecten, wat vergunningen vertraagt en de bouw van nieuwe woningen duurder maakt. Biobased materialen slaan juist CO2 op in plaats van dat ze het uitstoten: een boom of een hennepplant haalt tijdens het groeien koolstof uit de lucht, en die blijft grotendeels vastzitten zolang het materiaal in een muur of dak verwerkt zit.

Dat is meteen het verschil met de renovatietrends die je hier eerder tegenkwam. Wie las over de nieuwe generatie prefab woningen, weet dat snelheid en standaardisatie daar de drijfveer zijn. Bij biobased bouwen draait het net zo goed om snelheid, maar dan met materialen die na hun levensduur weer terug de natuur in kunnen in plaats van in een puincontainer te belanden.

Hennep en vlas als bouwmateriaal

Hennepbeton, in de vakwereld ook wel hempcrete genoemd, bestaat uit de houtige kern van de hennepplant vermengd met kalk. Het resultaat is een lichtgewicht muurmateriaal met een prima isolatiewaarde, dat vocht reguleert in plaats van het vast te houden. Het Belgische IsoHemp levert kant-en-klare hennepblokken die inmiddels ook op Nederlandse bouwplaatsen verschijnen, vaak bij renovaties van monumentale of vochtgevoelige panden waar traditionele isolatie tot schimmelproblemen leidt.

Vlas kent een vergelijkbaar verhaal, maar dan als isolatiemateriaal. Het Gelderse Enkev verwerkt vlasvezel, samen met kokos en jute, tot isolatieplaten die als alternatief dienen voor glaswol en steenwol. Voor wie de spouwmuur of het dak aanpakt, is dat relevant: de nieuwste generatie spouwmuurisolatie draait niet meer alleen om een hoge R-waarde, maar ook om wat er gebeurt als het materiaal ooit vervangen moet worden. Vlasvezel is composteerbaar, glaswol niet.

Hout blijft de basis van biobased bouwen

Hout is en blijft het meest gebruikte biobased bouwmateriaal, maar de manier waarop het wordt toegepast is veranderd. Cross Laminated Timber, kortweg CLT, bestaat uit meerdere lagen hout die kruislings op elkaar zijn gelijmd tot stevige platen. Daarmee bouw je complete verdiepingsvloeren en dragende wanden zonder een spoor beton, en dat gaat sneller dan traditioneel metselwerk omdat de platen kant-en-klaar op de bouwplaats aankomen. In Amsterdam en Rotterdam staan inmiddels meerdere woontorens van acht tot twintig verdiepingen grotendeels uit hout opgetrokken.

Voor de particuliere klusser is houtskeletbouw de meest toegankelijke vorm hiervan. Wie een aanbouw of tuinhuis overweegt, komt al snel bij een houten frame terecht in plaats van een stenen fundering met opgemetselde muren. Dat scheelt in bouwtijd, en de afwerking met natuurverf of kalkverf in plaats van synthetische verf past goed bij de ademende eigenschappen van hout.

Wat dit betekent voor jouw verbouwing

Biobased bouwen is niet langer voorbehouden aan architectenprojecten met een riant budget. De Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing, beter bekend als de ISDE, dekt onder voorwaarden ook natuurlijke isolatiematerialen zoals vlas- en hennepvezel, mits ze aan de isolatiewaarde-eisen voldoen. Voor prijs geldt wel een kanttekening: hennepblokken en vlasisolatie liggen doorgaans tien tot dertig procent hoger in aanschaf dan de gangbare alternatieven, al wordt dat verschil op de lange termijn vaak goedgemaakt door een langere levensduur en minder vochtproblemen.

Wie erover denkt om zelf aan de slag te gaan, doet er goed aan eerst een proefstuk te bestellen bij een leverancier. Hennepblokken werken bijvoorbeeld anders met mortel dan baksteen, en vlasisolatie vraagt een andere dampopen afwerking dan je gewend bent bij glaswol. Een verkeerde combinatie van materialen kan juist vochtproblemen veroorzaken in plaats van ze op te lossen.

Verzekeraars en hypotheekverstrekkers lopen inmiddels ook mee. Sommige groene hypotheken geven een rentekorting bij een aantoonbaar lagere energierekening, en een goed geïsoleerde woning met natuurlijke materialen scoort daar vaak beter op dan verwacht. Vraag bij je energielabel-adviseur expliciet naar de status van vlas- en hennepisolatie, want niet elke adviseur rekent die materialen automatisch mee in de berekening.

Waar je op moet letten voordat je begint

Het grootste struikelblok is niet het materiaal zelf, maar de beschikbaarheid van vakmensen die ermee overweg kunnen. Vraag bij een offerte expliciet of de aannemer ervaring heeft met hennep, vlas of CLT, en laat je niet overhalen tot een hybride oplossing zonder dat iemand kan uitleggen waarom die combinatie werkt. Begin klein: een geïsoleerde tuinkamer of een enkele wand is een prima testcase voordat je de hele woning ombouwt. Zo ontdek je zelf hoe het materiaal zich houdt in het Nederlandse klimaat, voordat je er een complete verbouwing op baseert.

I
Geschreven door Ilias Tahiri Architectuur & renovatie schrijver

Ilias is architect met een specialisatie in woningrenovatie en een obsessie voor het maximale uit elke vierkante meter halen. Hij denkt in ruimtes, niet in muren, een perspectief dat hij ontwikkelde tijdens zijn studie in Delft waar hij leerde dat de beste architectuur onzichtbaar is — je voelt het, maar je ziet het niet. In zijn artikelen laat hij zien hoe je met slimme ingrepen meer uit je woning haalt, van het verplaatsen van een deuropening tot het strategisch plaatsen van een spiegel. Ilias heeft inmiddels meer dan tweehonderd woningen getransformeerd en leert nog steeds bij elk project iets nieuws, wat hem ervan overtuigt dat architectuur een ambacht is dat je nooit helemaal beheerst. Hij schrijft met schetsen in zijn hoofd en de overtuiging dat elk huis, hoe klein ook, het potentieel heeft om bijzonder te zijn.