Jarenlang was een spiegelglad gestucte muur het ultieme bewijs dat je verbouwing was geslaagd. Elke oneffenheid moest weg, elke overgang gladgeschuurd. Maar architecten en ontwerpers draaien dat beeld nu om. Op designbeurzen en in trendrapporten voor 2026 duikt steeds vaker dezelfde boodschap op: een muur mag weer ruw zijn.
Dat is niet zomaar een nieuwe mode-rimpeling. Het heeft een praktische kant die juist voor klussers interessant is: minder afwerklagen, minder stucwerk, minder materiaalverbruik. En dat terwijl het resultaat duurder aanvoelt dan een perfect gladde muur.
Voor wie net een renovatie plant, is dat goed nieuws. Je bespaart niet alleen op materiaal en arbeidsuren, je krijgt er ook nog een actuele, fotogenieke afwerking voor terug. Precies het soort klus waar je zelf aan kunt beginnen zonder een aannemer erbij te halen.
Waarom ruw plotseling duurder aanvoelt dan glad
Designredacteuren die vooruitblikten op 2026 noemen opvallend vaak dezelfde verschuiving: een voorkeur voor bouwen en afwerken die de sporen van het proces laat zien, in plaats van die weg te poetsen. Zichtbaar beton, ruwe pleister en onbehandeld hout komen terug, terwijl gladde, gepolijste oppervlakken juist aanvoelen als iets uit het vorige decennium.
De logica erachter is simpel. Een perfecte afwerking vraagt om vakmanschap, tijd en dus geld, maar laat uiteindelijk weinig karakter zien. Een bewust ruwe muur toont juist het materiaal zelf: de structuur van de pleister, de nerf van het hout, de poriën van het beton. Dat voelt authentieker aan, en authenticiteit is precies waar mensen tegenwoordig voor betalen.
Hoe deze trend er in de praktijk uitziet
Je herkent de stijl aan een paar terugkerende elementen in woningen die nu worden opgeleverd of verbouwd:
- Zichtbaar beton in plaats van een afgeschilderde wand, vaak met kleine luchtbelletjes en gietnaden gewoon in het zicht
- Kalkpleister die met opzet niet volledig vlak wordt afgewerkt, zodat je de penseel- of spaanstreken nog ziet (lees ook waarom klussers massaal overstappen op kalkverf, want deze verf past uitstekend bij een ruwere afwerking)
- Oude baksteen die wordt blootgelegd in plaats van weggewerkt achter een nieuwe laag stucwerk
- Meubels en bijzettafels in beton ciré, waarmee je die ruwe uitstraling ook zonder verbouwing in huis haalt (zie beton ciré meubelen voor een modern interieur)
Het Japanse begrip wabi-sabi, de esthetiek die schoonheid ziet in onvolkomenheid en vergankelijkheid, wordt door ontwerpers vaak aangehaald als inspiratiebron voor deze stijl. Het gaat niet om slordig werk, maar om bewust zichtbaar laten wat een materiaal eigenlijk is.
Zelf toepassen tijdens je verbouwing
Het mooie van deze trend is dat hij je verbouwing juist goedkoper kan maken, niet duurder. Een paar manieren om dit zelf te doen:
- Sla de laatste afwerklaag over. Veel klussers stucen in meerdere lagen om een spiegelglad resultaat te krijgen. Stop een laag eerder en laat de structuur van de onderlaag zien, mits die strak genoeg is aangebracht.
- Haal oude lagen weg in plaats van nieuwe lagen toe te voegen. Onder behang of een oude verflaag zit soms al precies de ruwe baksteen of kalkpleister die je zoekt.
- Gebruik kalkverf op een licht onregelmatige ondergrond. De verf vangt het licht anders op elke oneffenheid, waardoor je juist profiteert van een muur die niet perfect vlak is.
- Combineer met strakke lijnen elders. Een ruwe muur werkt het best naast een paar strakke, moderne elementen, zoals een rechte plank of een eenvoudig stalen frame. Het contrast maakt de ruwheid bewust in plaats van rommelig.
Waar de grens ligt
Ruw is niet hetzelfde als kapot. Een muur met een oud gat dat nooit goed is gedicht, zie je meteen terug in elke verflaag, en dat is geen designkeuze maar gewoon een onafgewerkte klus. Wil je een bestaande beschadiging eerst wegwerken voordat je met een ruwere afwerking verdergaat, lees dan hoe je een gat in de muur repareert zonder zichtbare plek. Daarna kun je altijd nog bewust kiezen voor een textuur die wél zichtbaar blijft.
Vocht, scheurvorming en slecht uitgeharde pleister blijven gewoon problemen die je moet oplossen, trend of niet. Het verschil tussen "ruw en eerlijk" en "slecht afgewerkt" zit in de intentie: een muur die je bewust niet verder hebt afgewerkt, oogt anders dan een muur waar je gewoon niet aan toe bent gekomen.
Een vuistregel die veel binnenhuisarchitecten gebruiken: als je twijfelt of iets eerlijk ruw of gewoon slordig overkomt, kijk dan naar de randen. Een nette, rechte overgang bij een deur, plint of hoek maakt een ruwe muur meteen geloofwaardig. Slordige randen trekken juist de aandacht naar wat er mis is, in plaats van naar het materiaal zelf.
Dit is wat je in je volgende klusproject anders doet
Je hoeft voor deze trend geen extra geld of materiaal te kopen, je laat juist iets weg. Voordat je de plamuurspaan voor de derde keer pakt, is het de moeite waard om een stap terug te doen en te kijken of die ene extra laag echt nodig is. Soms is de muur die je al hebt, met een paar kleine reparaties en de juiste verf erover, precies het resultaat waar ontwerpers in 2026 voor pleiten. Minder poetsen, meer laten zien wat er al staat.